Begin van de inhoud.

Het enige wat ik moest doen, was de deur opendoen – Sarah, 19 jaar

Sarah over hoe een moeilijke periode op kot haar tot bij JAC bracht. (Sarah is een schuilnaam)

“Ik probeerde thuis de perfecte dochter te zijn, maar op een bepaald moment kon ik niet meer.”

Wat was het moment waarop je besloot om hulp te zoeken?

Tijdens de blok van mijn eerste jaar aan de universiteit ging het echt niet meer. Ik voelde me uitgeput en rot. Alles stapelde zich op: de verkeerde studierichting, de druk van op kot zitten, het gevoel dat ik niemand kon vertellen hoe slecht ik me voelde. Ik probeerde thuis de perfecte dochter te zijn, dus ik hield alles voor mezelf. Maar op een bepaald moment kon ik niet meer.

Had je eerder al hulp gezocht?

In het middelbaar wel. Ik had eens gepraat met een leerkracht en werd toen doorgestuurd naar het CLB. Maar daar hebben ze toch mijn ouders gecontacteerd, terwijl ik had gevraagd om dat niet te doen. Sindsdien had ik een groot wantrouwen tegenover hulpverlening. Ik wou alles zelf oplossen, zonder dat iemand ervan wist.

Hoe ben je uiteindelijk bij JAC terechtgekomen?

Eerst wandelde ik gewoon wat heen en weer langs het gebouw. Ik keek vanop een afstand. Ik heb ook een keer gemaild met iemand van JAC. En dan op een maandag dacht ik: “Het enige wat ik nu moet doen, is de deur opendoen. Meer moet ik niet doen.” En dat heb ik gedaan.

Hoe was je eerste contact met ons?

Heel warm. Ik voelde me meteen op mijn gemak bij Leen, de hulpverlener die mij begeleidde. Die eerste keer kon ik nog niet goed uitleggen wat er allemaal speelde. Ik stond verbaal niet sterk en wist ook zelf niet goed wat er mis was. Maar ik mocht mijn tijd nemen. Er werd echt naar mij geluisterd, zonder oordeel. Dat maakte een wereld van verschil.

Wat deden jullie samen bij JAC?

In het begin spraken we vooral over praktische dingen: hoe ik aan mijn ouders kon vertellen dat mijn studierichting niet ging, en wat ik dan wél wou doen. Stilaan werd duidelijk dat er meer aan de hand was en dat ik psychische hulp nodig had. Dat toegeven was moeilijk. Ik had veel angsten. En ik worstelde met het idee dat psychologische hulp alleen voor ‘zotte mensen’ zou zijn. Dat is zo’n hardnekkig taboe.

“Echte vrienden laten je niet vallen, zelfs als je door een zware periode gaat.”

Wat hielp jou om dat taboe te doorbreken?

Ik ben uiteindelijk ook even opgenomen in de psychiatrie. Daar zag ik: ik ben niet alleen. Iedereen heeft zijn verhaal, en bijna iedereen worstelt ermee om hulp te vragen. Maar ik merkte ook dat echte vrienden je niet laten vallen, zelfs als je door een zware periode gaat. Ik leerde dat je je niet hoeft te schamen om hulp te zoeken.

Wat betekende JAC voor jou in die periode?

JAC was een vaste plek, een veilige plek. Die wekelijkse afspraken waren echt een houvast. Ik probeerde toen gewoon te overleven: mijn studies volhouden, thuis blijven functioneren. JAC was een belangrijke schakel om uiteindelijk bij het CGG terecht te komen, waar ik verdere hulp kreeg.

“Psychologen zijn er niet alleen voor mensen die gek zijn.”

Wat zou je andere jongeren willen meegeven?

Zoek hulp, ook als je denkt dat jouw probleem niet ‘erg genoeg’ is. Psychologen zijn er niet alleen voor mensen die gek zijn. Bij JAC kan je je verhaal vertellen, zonder dat iemand oordeelt. Er is daar altijd iemand die écht luistert, die met je meezoekt, ook als jij zelf nog niet weet wat je nodig hebt. Dat is zoveel waard.