Begin van de inhoud.

“Ik sprak sinds lang voor het eerst niet meer tegen de muren, maar tegen een persoon.” – Leen, 23 jaar

Hoe was het voor jou thuis, als kind? 

Thuis spraken we niet veel met elkaar. Mijn ouders werkten vaak tot laat, samen eten gebeurde bijna nooit. Mijn zus trok zich meestal terug in haar kamer, dus we leefden eigenlijk gewoon naast elkaar. Toen ik jong was, dacht ik dat dat normaal was. Pas toen ik er eens over praatte, besefte ik dat het ook anders kon. Een vriendin vertelde me dat zij elke dag samen met haar ouders at, en naar school werd gebracht. Zelf moest ik al van jonge leeftijd alleen naar school.

Voelde je je daardoor vaak alleen?

Ja, eigenlijk voelde ik me bijna elke dag ontzettend eenzaam. Mijn ouders waren vier dagen per week in Oostende, ook in het weekend, dus ze waren maar drie dagen thuis. De eerste persoon die ik op een dag sprak, was meestal mijn leerkracht. Alleen ontbijten werd normaal, en ook op school had ik het moeilijk.

Wat maakte school moeilijk voor jou?

Ik werd gepest. Ik had dyslexie en ADHD, droeg niet de juiste kleren, had niet het nieuwste speelgoed,… Dan zeiden ze weer dat ik er te jongensachtig uitzag. Er werd altijd wel iets gevonden. Toch bleef ik tot het zesde leerjaar op die school, omdat ik me niet wilde laten doen.

En op het middelbaar, veranderde er iets?

Ik koos bewust een school in Gent waar ik niemand kende, in de hoop op een nieuwe start. Maar ook daar begon het opnieuw. Een meisje begon me opnieuw te pesten. Ik veranderde nog van school, deze keer voor een andere studierichting, maar ook daar begonnen de pesterijen. Tot op vandaag weet ik nog altijd niet waarom.

“Gamen was het hoogtepunt van mijn dag, daar had ik vrienden.”

Hoe ging je daarmee om?

Na school kwam ik thuis en ging ik gamen. Dat was mijn hoogtepunt van de dag. In de games had ik vrienden. Ik speelde tot middernacht en deed niets voor school. Het was een manier om me niet alleen te voelen. Ik begon ook te drinken omdat ik moeilijk in slaap viel. En als ik me echt slecht voelde, begon ik te eten of mezelf pijn te doen. Achteraf gezien denk ik dat ik hoopte dat mijn ouders het zouden opmerken. Ik had hen nodig. Maar alles deed ik stiekem. Het was mijn geheim: dat ik me zo verloren voelde dat ik vluchtte in drank, zelfverminking en eetbuien.

Was er iemand die jou zag in die periode?

Ja. Op een dag ging ik naar de leerlingenbegeleiding om iets te vragen voor iemand anders. En daar ben ik ineens helemaal ingestort. Ik had zo lang gezwegen over thuis, over school, over hoe slecht ik me voelde,… en ineens kwam het er allemaal uit. Dat gesprek betekende zoveel voor mij. Het was de eerste keer in lange tijd dat iemand echt luisterde. Daarna mocht ik elke maandag langskomen voor een babbel. Tot mijn begeleidster geopereerd moest worden, en me voorstelde om eens langs te gaan bij  JAC.

Hoe was het om naar JAC te stappen?

Dat vond ik best moeilijk. Maar het hielp dat het vlak naast mijn kunstacademie lag. Zo passeerde ik er elke week, wat de drempel verlaagde. Uiteindelijk ben ik gewoon gegaan, zonder dat mijn ouders het wisten. Ik ontmoette er Kendy, mijn begeleidster bij JAC. We hadden meteen een klik. Ik voelde me daar welkom, veilig.  JAC ving me op als het niet meer ging. Ik kon altijd terecht voor een gesprek. Dat kon thuis niet, maar ik had er wel nood aan.

“Kendy gaf me advies, en liet me zelf de juiste keuzes maken.”

Wat betekende Kendy voor jou?

Ze gaf me advies en hielp me, zonder het te forceren, om de juiste keuzes te maken voor mezelf. Samen ontdekten we dat mijn zelfbeeld helemaal zoek was. Daar zijn we dan aan beginnen werken. Via JAC kreeg ik de kans om de ‘Rots en Watertraining’ te volgen. Dat hielp me om weer wat zelfvertrouwen op te bouwen en ‘stop’ te zeggen tegen pestgedrag. Ook ouders en scholen worden soms betrokken, al is dat spannend voor jongeren. Daar wordt bij  JAC heel zacht en stap voor stap mee omgegaan.

Ben je uiteindelijk ook verder geholpen buiten JAC?

Ja. Dankzij Kendy durfde ik ook de stap te zetten naar het CGG (Centrum Geestelijke Gezondheidszorg), voor meer gespecialiseerde begeleiding. Het was een volgende stap in mijn herstel.

Wat heeft JAC voor jou betekend, als je erop terugkijkt?

Zoveel. Ik heb geleerd dat praten écht helpt. Vroeger wilde ik me niet kwetsbaar opstellen, uit angst om nog meer gekwetst te worden. Maar de mensen van JAC zijn er echt voor je. Ik heb nu nog donkere momenten, maar ik weet intussen waar ik terechtkan. Bij Tele-Onthaal of de Zelfmoordlijn, of gewoon bij Kendy.

Wat helpt jou nu op moeilijke momenten?

Ik zoek afleiding in schrijven, tekenen of gitaar spelen. En ik ben opnieuw beginnen geloven in mezelf. Dankzij JAC voel ik me weer wat waard. Ik heb opnieuw vrienden. Ik studeer Sociaal Werk aan de hogeschool. De toekomst geeft me weer hoop. En wat er ook gebeurt, ik weet nu dat ik nooit meer alleen ben.