“Op mijn dertiende werd ik mantelzorger” – Marjorie (29)
Hoe was jouw kindertijd, Marjorie?
Niet makkelijk. Mijn papa kreeg een zwaar motorongeval toen ik vijf jaar was. Vanaf dan moest ik mee zorgen voor hem, voor mijn zus en mijn jongere broer die epilepsie had. Mijn mama werd kort daarna ernstig ziek na een miskraam en kreeg tuberculose. Op mijn dertiende werd ik mantelzorger. Mijn ouders gingen uit elkaar en mijn papa worstelde met een alcoholverslaving. Het was zwaar, maar ik had geen keuze.
Jullie zijn later verhuisd naar Spanje. Waarom?
Voor onze gezondheid. We hadden hier vaak bronchitis en astma. In Spanje leefden we gezonder, met meer zon en minder vocht. We woonden er zelfs in een huis met zwembad.
“Overdag volgde ik les en liep ik stage, ’s avonds gaf ik bijles en deed ik nachtdiensten bij de brandweer.”
Ging je daar dan ook studeren?
Ja, ik deed een opleiding Geneeskunde in Bolivia. Het was er goedkoper en ik droomde ervan arts te worden. Maar ik moest alles zelf bekostigen. Overdag volgde ik les en liep ik stage, ’s avonds gaf ik bijles en deed ik nachtdiensten bij de brandweer. Dat was loodzwaar. Uiteindelijk heb ik moeten stoppen: het was financieel en fysiek niet haalbaar. Toen ik dit stopzette, keerde ik terug naar België
Was het een moeilijke beslissing om terug te keren?
Ja, want ik had hier geen familie meer. Maar ik wilde betere kansen. Toch was de terugkeer heel hard. Ik had geen adres, geen identiteitskaart, geen bankrekening… Ik sliep zelfs een tijdje op de bank voor de Quick in de luchthaven van Zaventem. Af en toe kon ik terecht bij mensen of bij mijn grootmoeder, maar nergens voelde ik me echt thuis. Ik kon daar ook niet langdurig verblijven.
En dan kwam je in contact met JAC?
Via kennissen in de luchthaven. Ik kwam terecht bij het inloopcentrum van CAW (Centrum Algemeen Welzijnswerk) in Vilvoorde en via daar ook bij JAC (Jongerenaanbod CAW). Overdag kon ik daar naartoe. Het was er warm, er was koffie en vooral: mensen luisterden echt. Dat was lang geleden voor mij.
Wat betekende het inloopcentrum voor jou?
Het was een rustpunt. Op feestdagen, in het weekend en ’s nachts was het wel dicht, en dat waren moeilijke momenten. Je wordt vaak weggejaagd door politie, waardoor je moet blijven rondwandelen. Maar overdag gaf het inloopcentrum me structuur, sociaal contact en een gevoel van veiligheid.
Wat deed JAC voor jou?
Zij hielpen mij stap voor stap. Zo kwam ik in het Themahuis terecht: een tijdelijke studio aan een haalbare prijs. Eens ik een dak boven mijn hoofd had, kon ik nadenken over mijn toekomst. Ik volgde een opleiding tot bewaker, vond werk in de security en kon daarna sparen voor een eigen appartement.
Hoe ging het daarna verder?
Ik volgde nog een opleiding tot zorgkundige via VDAB en werkte als ambulancier. Ondertussen raakte ik met mijn vriendin zwanger van onze tweeling via ivf. Na de geboorte ben ik blijven werken, maar door de uitputting viel ik flauw op het werk. De dag nadien werd ik ontslagen. Sindsdien kamp ik met fibromyalgie (permanente verstoring van het pijnmechanisme met een lage pijndrempel en vermoeidheid als gevolg) en hypoglycemie (een te lage bloedsuikerspiegel) en ben ik bewust thuis bij de kinderen.
Dat is een hele weg. Hoe gaat het nu met jou?
We redden het. Mijn vriendin werkt, ik ben thuis bij onze kindjes waardoor we geen opvang betalen. We kopen veel tweedehands, dat helpt. Het is soms moeilijk, maar ik ben gelukkig.
“Zonder JAC had ik dit leven niet gehad.”
Wat zou je willen zeggen tegen mensen die jouw verhaal lezen?
Wat mij is overkomen, kan echt iedereen overkomen. Daarom hoop ik dat het inloopcentrum en JAC de overheidssteun blijven krijgen die ze verdienen. Voor mij waren zij een schakel in een netwerk dat mij terug op weg heeft gezet. Zonder hen had ik dit leven niet gehad.